Geniet nu van een gratis verzending voor alle bestellingen vanaf € 60,00.
Oorzaak van faalangst
Lees meer
Faalangst kan aangeboren zijn maar kan ook andere oorzaken hebben. Sommige mensen zijn van zichzelf angstiger dan anderen. Een dergelijke basis van angst kan aangeboren zijn, wat ook bij faalangst het geval kan zijn. Daarnaast spelen er vele andere oorzaken een rol in het ontstaan van faalangst. Je kan ze onderverdelen in cultuur en opvoeding.
Cultuur als oorzaak van faalangst.
De cultuur en de maatschappij waarin een je als faalangstig persoon opgroeit, kan van grote invloed zijn. Alle geschreven en ongeschreven afspraken die er in een cultuur bestaan, geven aan welk gedrag geaccepteerd wordt en welk gedrag niet. Ze vertellen je wat je moet doen om erbij te horen. Wie zich niet aan de conventies van de cultuur houdt, loopt het gevaar te worden buitengesloten. Je faalt dan als lid van de groep.
De maatschappij waarin je leeft, houdt je waarden en normen voor waar je onmogelijk altijd aan kunt voldoen. Het is dus onvermijdelijk dat je regelmatig het gevoel hebt te falen.
Opvoeding als oorzaak als faalangst.
Ouders en opvoeders geven kinderen constant opdrachten. Dit kan in de vorm van een vraag zijn, maar ook als een bevel. Veel van deze opdrachten zijn echter onuitvoerbaar. Al deze opdrachten uit onze jeugd hebben een invloed op onze belevingswereld en gedrag als volwassene. Zo leveren de niet-uitvoerbare opdrachten die je als kind hebt gekregen, een bijdrage aan je onzekerheid en faalangst.
De onuitvoerbare opdrachten kan je als volgt onderverdelen:
• Alles op alles moeten zetten: een persoon waarop deze opdracht invloed uitoefent, zal in faalangst situaties heel hard werken. De torenhoge inzet is in deze situaties vaak veel belangrijker dan de resultaten van het werk. Dat maakt het moeilijk om na te gaan of het werk met succes is uitgevoerd. Dit brengt dan een gevoel van falen met zich mee.
• Iedereen moeten behagen: mensen die dit als het hoogst haalbare doel stellen, proberen constant hun medemens tevreden te stellen. Alles staat dan in het teken van de andere niet teleur te stellen. Aangezien dit onmogelijk is, zelfs als je jezelf totaal wegcijfert, met dit doel zal je altijd falen.
• Altijd flink moeten zijn: dit uit zich vooral in het verbergen van emoties. Hierdoor kan het lijken of je onverschillig bent, de spanning wordt opgekropt waardoor er alleen maar meer spanning en stress komt. Omdat niemand altijd sterk kan zijn, zorgt deze opdracht altijd voor een gegarandeerd falen.
• Op moeten schieten: haastige spoed is zelden goed waardoor je onnodige fouten gaan maken. Naast dit falen, kan je ook moeilijk genieten van een taak die je wel met succes hebt afgerond omdat je al direct bezig bent met de volgende opdracht. Je komt zo nooit aan rust en ontspanning toe.
• Volmaakt moeten zijn: ouders en opvoeders die in hun streven naar perfectie, je als kind op iedere misstap afrekenen, geven je als kind een sterke basis voor faalangst. Je zal als kind snel door hebben dat je nooit iets goed kan doen, waardoor de moed in je schoenen zinkt. Hierdoor ga je taken vermijden uit angst voor afkeuring. Maak je de taak wel dan gaat dit gepaard met zoveel zenuwen dat de kans op falen nog wordt vergroot.