Geniet nu van een gratis verzending voor alle bestellingen vanaf € 60,00.
Agorafobie medicatie: soorten, werking en neveneffecten
Lees meer
Agorafobie medicatie
Meestal wordt medicatie bij agorafobie voorgeschreven wanneer de patiënt ernstig last ondervindt van zijn/haar fobie bv: wanneer er sprake is van paniekaanvallen. De medicijnen gaan vaak samen in combinatie met therapie, medicijnen alleen zullen je niet verlossen van je fobie. En is ook niet voor iedereen de ideale oplossing!
4 soorten medicatie bij agorafobie:
- SSRI’s (selectieve serotonine heropname-remmers; het zijn anti-depressiva)
- TCA’s (tri-cyclische anti-depressiva)
- Benzodiazepinen (kalmering- en slaapmiddelen)
- (irreversibele) mono-amine-oxidase remmer (fenelzine)
Werking van medicatie bij agorafobie
Van deze medicijnen staat vast dat ze allemaal ongeveer even goed werken. Bij de keuze voor een bepaald medicijn gaat het daarom meer om veiligheid en bijwerkingen. Daarom zijn de SSRI’s eerste keus en TCA’s goede tweede. Benzodiazepinen hebben een verslavend effect. Ze worden daarom alleen gebruikt als de SSRI’s en de TCA’s en psychologische behandelingen niet helpen. De MAO-remmer wordt alleen gebruikt als alle andere behandelingen niet hebben geholpen. Liever anti-depressiva dan benzodiazepinen vanwege afhankelijkheid.
Medicatie bij paniek
Paniek-klachten en agorafobie kunnen worden behandeld met medicatie of met cognitieve gedragstherapie. Wat het beste is, hangt af van wat iemand precies heeft. Bij een paniek-stoornis (eventueel met lichte agorafobie) en een ernstige depressie begint de behandeling met medicijnen, in dit geval anti-depressiva. Dit zijn medicijnen die de depressie aanpakken.
Neveneffecten van de medicatie
Medicijnen kunnen ook voor de nodige neveneffecten zorgen, natuurlijk afhankelijk van persoon tot persoon, maar daarom juist is het belangrijk om voor jezelf de efficiëntste manier van behandeling te vinden en niet te denken dat medicijnen alleen de oplossing zijn, want dat kan soms zwaar tegen vallen, als deze na tijdje niet meer werken zoals gehoopt dan valt de patiënt soms voor een hele tijd in een zwart gat en is het moeilijk om er terug bovenop te komen of van de fobie verlost te raken.